Hieronder vindt u meer informatie over het Programma Fonemisch Bewustzijn. Deze informatie is ook (in delen) in enkele publicaties verschenen.

 

Achtergronden over Fonemisch Bewustzijn

In het leesproces zijn twee vaardigheden essentieel. Dit zijn klankbewustzijn (het kunnen opdelen van woorden in klanken) en de benoemsnelheid van letters, cijfers, kleuren en plaatjes (Verhagen, 2010a). Het bewustzijn dat gesproken taal uit te onderscheiden klanken bestaat, is cruciaal voor het later leren lezen. Verhagen geeft aan dat klankbewustzijn niet, zoals weleens wordt gedacht, het resultaat is van lezen en spellen. Het blijkt dat kinderen het klankbewustzijn juist in de loop van groep 2 goed kunnen aanleren, voorafgaand aan het leren lezen. Het klankbewustzijn bepaalt in belangrijke mate het succes van het latere leren lezen.

Kees Vernooy (2005) noemt een zwak ontwikkeld fonemisch bewustzijn, waar klankbewustzijn een belangrijk onderdeel van is, als een van de verklarende factoren voor de slechte leesresultaten in het Nederlandse onderwijs. Het Programma Fonemisch Bewustzijn ontwikkelt het klankbewustzijn door in te zetten op het juist kunnen waarnemen van klanken en klankverschillen: de]klankherkenning. Het versterkt hiermee de leesvaardigheid op krachtige wijze.

De ontwikkeling van het fonemisch bewustzijn

Voordat kinderen op de basisschool binnenkomen, ontwikkelt het taalbewustzijn van de kinderen zich al volop. Kinderen weten dat je van losse woorden zinnen kunt maken en dat zinnen uit losse woorden bestaan. Het taalbewustzijn gaat zich steeds meer verfijnen. Rond hun derde jaar kunnen de meeste kinderen de klankstructuur van de taal doorzien en kunnen ze van losse lettergrepen (langere) woorden maken. Dit fonologisch bewustzijn is cruciaal in de taalontwikkeling. Kinderen leren namelijk de kleinste (betekenisvolle) onderdelen van de taal te herkennen en toe te passen; in het Nederlands zijn dat de klinkers en de medeklinkers. Dit proces kent een verfijning in groep 1, waarna kinderen in groep 2 ontdekken dat gesproken woorden uit losse klanken bestaan en dat deze kunnen worden omgezet in fonemen (letters): het fonemisch bewustzijn ontwikkelt zich. Voordat kinderen in een woord een klank juist kunnen analyseren (auditieve analyse), moeten ze dus op basis van hun fonologische kennis aan alle klanken de juiste klankkenmerken hebben gekoppeld. Hiervoor moeten ze de klank juist kunnen waarnemen, evenals klankverschillen, en moeten ze klanken goed kunnen uitspreken. Pas wanneer ze deze klankonderscheiding goed beheersen, kunnen ze letters aan de klanken koppelen: klanktekenkoppeling.

Wanneer deze fase van fonemisch bewustzijn zich onvoldoende ontwikkelt, heeft dit altijd negatieve gevolgen voor het leesonderwijs.